Whatsapp Facebook X LinkedIn RSS feed

'Zelfvoorzienende sportparken geen utopie, maar wel van twee kanten medewerking nodig'

ARTIKEL
Facebook Twitter Linkedin Whatsapp
Nino Stuivenberg, dinsdag 27 juli 2021
279 sec


Waterberging helpt bij besparing, maar ook clubs hebben verantwoordelijkheid

Met de droge zomers, onttrekkingsverboden en piekbuien van de afgelopen jaren is het waterverbruik op sportvelden onder een vergrootglas komen te liggen. Met name op hockeyvelden worden jaarlijks miljoenen liters verbruikt bij sproeibeurten. De oplossing voor duurzaam watergebruik ligt onder andere in het aanleggen van een waterberging. André Ceelen van CSCsportGreenfields: 'Met een goede berging kun je zelfvoorzienend worden.'

Het krattensysteem op Sportpark Roomburg, met een berging van 1.200 kuub
Het krattensysteem op Sportpark Roomburg, met een berging van 1.200 kuub

Er wordt de laatste jaren steeds meer geëxperimenteerd met de aanleg van een waterberging onder sportvelden. Dat gebeurt veel op waterhockeyvelden, maar bijvoorbeeld ook op voetbalvelden. Ceelen: 'Ik verwacht dat dit alleen maar vaker gaat gebeuren. Het is logisch dat het op dit moment vooral in hockey gebeurt, voor het beregenen van watervelden. Maar je kunt het breder trekken: het is ook interessant op grote sportparken waar sportvelden naast een hockeyveld of kunstgrasvoetbalveld liggen.'

Krattensysteem in Leiden

CSCsport•Greenfields realiseerde recent meerdere projecten met een waterberging, die we hier uitlichten. De eerste werd gerealiseerd op Sportpark Roomburg in Leiden, dat over drie watervelden en negen tennisbanen beschikt. Onder één waterveld ligt een krattensysteem met een waterberging van 1.200 kuub. Ceelen legt uit: 'Het water dat op dit veld valt, wordt voor 100 procent opgenomen door de kratjes en kan volledig worden hergebruikt. In theorie kunnen we zelfs het beregeningswater 100 procent hergebruiken, al gaat daar een correctie voor verdamping vanaf.' De andere twee watervelden hebben geen opvangbak, maar wel drainage. Het water hierin wordt verzameld in een put, waarna het in het reservoir gepompt wordt. Ook het water dat op de negen tennisbanen valt, wordt afgevoerd door de drainage. Zelfs het water van de daken en verharding wordt teruggewonnen.


Onder het veld van RHGC Tempo ligt een waterbergende grauwacke-laag.
Uiteindelijk is het creëren van een waterneutraal sportpark een kwestie van heel veel rekenen, waarbij de waterbehoefte en -aanvoer worden onderzocht. Wim Glaap, die namens adviesbureau Newae bij dit project betrokken was, legde al eerder in vakblad Fieldmanager uit hoe dit in zijn werk ging. 'Aan de ene kant is er de waterbehoefte; die is maximaal 350 kuub per week voor het sproeien van de hockeyvelden en tennisbanen. Daarbij hielden we op jaarbasis rekening met de zomervakantie en het ontkoppelen van de beregening in de winter. Wij hadden het geluk dat er in Leiden een weerstation is. De neerslaggegevens van 2018 en 2019 hebben we gemiddeld naar een verwachting van 850 mm neerslag op jaarbasis. Als je dat terugrekent, weet je hoeveel er per week ongeveer valt, afhankelijk van het seizoen.'

Op Roomburg wordt de buffer op minimaal 150 kuub gehouden. Ceelen: 'Er zijn momenten dat de buffer zo vol water zit, dat we moeten lozen. Aan de andere kant weten we dat we moeten bijvullen na ongeveer zes droge weken waarin beregend wordt. We hebben dan een bypass om uit het oppervlaktewater te pompen. Helemaal zelfvoorzienend is het systeem dus niet. Maar omdat je op sommige momenten ook loost, zal het systeem in de praktijk wel waterneutraal zijn. Zolang de neerslag maar niet te veel in pieken komt. We hebben nu de gegevens van de afgelopen twee jaar en ik denk dat de balans positief uitvalt: we lozen meer dan we extra moeten onttrekken.'

André Ceelen, CSCsport•Greenfields

Grauwacke bij RGHC Tempo

Greenfields ook een waterberging, in samenwerking met GKB. Op het sportpark van Tempo '34 liggen twee watervelden. Onder veld één ligt een laag grauwacke: een grof gesteente waarin water geborgen kan worden. Al het water dat op dit veld valt, gaat door het asfalt en de grauwacke een reservoir in. Het tweede veld ligt op een laag schuimbeton van Supersub en is niet waterdoorlatend. Daarom zijn hier gaten in gefreesd en daar leidingen in getrokken, zodat ook hier het hemel- en beregeningswater verzameld kan worden. Al het water komt terecht in een reservoir van 850 kuub groot. Dat is kleiner dan het reservoir van Roomburg, omdat de berging bij Tempo uitsluitend gebruikt wordt voor de twee watervelden op het complex. Ceelen: 'Ook hier hebben we een bypass voor oppervlaktewater. Maar omdat de berging groot is en we minder hoeven te onttrekken, is daar waarschijnlijk nog minder behoefte aan en zullen we het jaarrond wel redden.'


Jorn Rommens was in Leiden en Rotterdam uitvoerder. Deze zomer is één van zijn projecten het bouwen van nieuwe watervelden bij de Rijswijksche Hockey Club, óók met een waterbuffer. 'We zijn hier in mei begonnen met de aanleg van vier watervelden. Het bestaande waterveld en semiwaterveld worden vervangen door nieuwe watervelden en er komen twee geheel nieuwe velden bij', legt Rommens uit. 'We bouwen op een laag lava van 16-32. Onder één veld komt een buffer van 20 cm diep over de hele oppervlakte. Er is één verzameldrain voor alle velden, die in verbinding staan met de kelders waarin de pomp hangt.' Ook hier is het doel om zelfvoorzienend te worden.

Close-up van het krattensysteem

Verder kijken

Volgens Ceelen zijn al deze projecten mooie voorbeelden van wat er moet gebeuren. 'Je hebt clubs die hun beregening, met tanks van acht of twaalf kuub, nog vullen met kraanwater. Dat gaat vervolgens de velden op en spoelt uit de grond of de sloot in. Dat moeten we eigenlijk niet meer willen.' Natuurlijk is een veld met waterberging duurder in aanschaf. Ceelen schat dat de meerprijs bij nieuwbouw 25 procent is. Een deel is terug te verdienen omdat er minder water wordt verbruikt. 'Maar zolang water zo goedkoop blijft, weet ik niet of je het terugverdient. Je moet ook verder kijken. In een stedelijke omgeving zijn velden met waterberging minder warm; dat zien we bij een pilot in Amsterdam. Dat is een bijkomend gunstig effect. En waterschappen zien kunstgras in de regel als verhard oppervlak. Ook voor hen is het wat waard als je daar een buffer hebt. Stel dat er een natte periode aankomt; dan kun je vooraf lozen om later meer bergingscapaciteit te hebben. Voor waterschappen kan dat een reden zijn om er subsidie voor te geven. En stel dat het waterschap een sproeiverbod invoert voor een aantal weken, dan kun je met zo'n systeem toch beregenen.'


Meten is weten

De velden bij Tempo en Roomburg worden nauwkeurig gemonitord. Een van de vraagstukken betreft de waterkwaliteit. Oppervlaktewater wordt vaak door een zandfilter gehaald, maar daarna meestal niet geanalyseerd door de club of gemeente. Bij Roomburg wordt het beregeningswater nu geanalyseerd op onder andere legionella en blauwalg. 'Eigenlijk zouden we dat meer moeten doen', zegt Ceelen. 'Bij veel clubs wordt water op de velden gegooid waarvan we de kwaliteit niet kennen.' Ook over het systeem zelf zijn meer data nodig, onder meer over het rendement van de drainage en de exacte verdamping bij een sproeibeurt. 'Nu gebeurt er nog veel op basis van veronderstellingen; dat moet beter.'

'Bij veel clubs wordt water op de velden gegooid waarvan we de kwaliteit niet kennen.'

De berging bij Roomburg in 20 cm hoog.

Wereld te winnen

Ook met het kunstgrasveld zelf is winst te behalen met waterbesparing. Ceelen geeft een rekenvoorbeeld: 'Als ik uitga van twee keer beregenen bij een seniorenwedstrijd, wat gebruikelijk is, en je beregent 6 kuub per keer, dan ben je al 12 kuub water kwijt voor één wedstrijd. Met vier wedstrijden in een weekend ben je dan al 48 kuub kwijt. Met kunstgras dat een hoge vezelbezetting heeft, kun je water veel beter vasthouden: langer dan een uur. Dan zou je voor een wedstrijd maar één keer hoeven beregenen en halveer je het gebruik. Werk je met sectorscouts en precisieberegening voor een slechte plek, dan beregen je misschien geen 6 kuub, maar 4 kuub per keer. Met vier wedstrijden kom je dan uit op 16 kuub in totaal, dat is één derde van de oude situatie.' Glaap hierover: 'Eigenlijk moet je zeggen: over vijf jaar mag er geen waterhockeyveld meer aangelegd worden zonder waterberging. Dan maken we als sector echt stappen.'


Ook al wordt een sportveld optimaal gebouwd, de club zal altijd een verantwoordelijkheid houden als het gaat om waterbesparing. Volgens Ceelen beregenen clubs vaak te veel. We spreken hem op een regenachtige dag. 'Op een dag als vandaag valt er voldoende water om het veld vochtig te houden. Het gebeurt te vaak dat er dan bij een training toch beregend wordt. Ook dat moet veranderen.' Dat kan bijvoorbeeld met vochtmeters in het veld, die bij een bepaalde vochtigheidsgraad kunnen aangeven dat beregening niet nodig is. 'Als je op die manier met besparing bezig bent, is een kleinere buffer nodig en wordt de investering makkelijker. Zelfvoorzienende sportparken zijn zeker geen utopie, maar er moet wel van twee kanten meegewerkt worden: betere opvang én minder verbruik.'

Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd.   LOGIN   of maak gratis een account aan.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

Tip de redactie


ONDERDELEN
Archief
Dossiers
GIP
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER