Whatsapp Facebook X LinkedIn RSS feed

Toewerken naar de Olympische Spelen van 2028

ARTIKEL
Facebook Twitter Linkedin Whatsapp
Johan Koning, vrijdag 19 mei 2023
236 sec


Lano: Hockeyveld kan zeker acht en soms wel tot zestien jaar mee

Al sinds 1984 is Lano, van oorsprong een tapijtfabrikant, actief in de hockeysport. Toen legde het bedrijf het eerste kunstgrasveld aan. 'We focussen ons vooral op Europa,' zegt Thibaut Toye van het Belgische bedrijf. 'Onze groep heeft jaarlijks een omzet van 120 miljoen euro, meer dan 20 miljoen komt voort uit sportkunstgras.'

Oranje-Rood in Eindhoven
Oranje-Rood in Eindhoven

'Kunstgras kennen we al lang. In de Astro Dome in Texas werd in de jaren '70 al het zogenaamde Astro Turf neergelegd: de eerste kunstgrasmat die professioneel werd gebruikt. En sinds de Olympische Spelen in 1976 in Montreal hockeyen we op kunstgras. Het maakte het spel een stuk technischer en sneller dan op gewoon gras.
'Op professioneel niveau is het zeker zo dat kunstgras hockey meer gebracht heeft dan bijvoorbeeld voetbal. Maar het is wel zo dat jeugdvoetbal en de amateurs veel op kunstgras spelen. Zeker in landen waar de ruimte beperkter is, zoals in Nederland en België, heeft het ervoor gezorgd dat we een goede infrastructuur kunnen aanbieden voor iedere voetballer. En dat is belangrijk.'


Iedere sport een eigen mat

'Onze focus ligt op voetbal, rugby en hockey,' stelt Thibaut, die bij Lano verantwoordelijk is voor alle kunstgrasproducten (landscaping en sport), maar die wel het meest gefocust is op de sportvelden. 'We hebben het ook nog over tennis en padel, dat zich natuurlijk de laatste jaren vooral ontwikkelt, en multisport. Voor iedere sport is er in principe een andere kunstgrasmat nodig. Dat gaat dan over de mat, maar ook over de opbouw van het hele systeem.'


Thibaut Toye
'Ook de invulling van de velden verschilt. Daarom vraagt ook iedere sport een specifieke opbouw. In het hockey werken we met een niet-ingevulde watermat of een wel-gevulde zandmat; en ook semi-gevuld komt voor. In tegenstelling tot andere sporten heeft hockey nooit gewerkt met een zogenaamde performance infill.
'In België hebben we voornamelijk watervelden, in Nederland is er meer een mix. Dat heeft er ook mee te maken dat de hockeysport in België een hele tijd minder succes had. Pas de laatste tien, vijftien jaar is er meer succes, vooral dat van de nationale teams heeft ervoor gezorgd dat de sport een boost kreeg. Nieuwe clubs kiezen er veel eerder voor om meteen een waterveld aan te leggen, omdat de FIH dat ook tegenwoordig als de standaard ziet.'


Niet alleen de mat is belangrijk

'Met Lano Sports hebben we dan ook zwaar ingezet op de ontwikkeling van juist die velden. En dat systeem. Want uiteindelijk gaat het niet enkel om de mat, maar om het totale systeem. Met de onderbouw, de shockpad en zo verder. En het dan zo ontwikkelen, dat er minder water voor nodig is.
'Wij ontwikkelen de constructie mee, maar we bouwen die niet altijd zelf. We doen dat ook vaak samen met partners in verschillende landen. Maar het systeem dat uiteindelijk getest en gekeurd gaat worden, dat is de hele constructie: van onderste laag tot het uiteindelijke speelveld.
'De onderlagen, die zijn afhankelijk van de grond en van de beschikbare bouwmaterialen. Dat verschilt ook per land of regio. Op de onderlaag kan een laag van geprefabriceerde shockpads komen, in rol of als tegels. Ofwel, men bouwt ter plaatse een shockpad, een zogenaamde in-situ. Daarna komt de kunstgrasmat erbovenop.'


'Op de Olympische Spelen van 2028 niet meer hockeyen op een waterveld'

Hockey blijft buitensport

Ontwikkeling zit er zeker in de markt, aldus Toye. 'De internationale hockeyfederatie heeft aangekondigd van de bewaterde velden af te willen. Ik zeg zeker niet dat we naar droge velden gaan, want dat kan niet eens. Immers, we spelen hockey buiten en in landen als België en Nederland regent het geregeld. En er zijn landen waar het op sommige momenten niet, en op andere juist heel veel regent, kort en krachtig. Dus we zullen altijd met water te maken hebben bij hockey, en bij andere buitensporten.
'Wat wel zo is: de FIH heeft zich gecommitteerd aan het IOC. Die willen rond de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles niet meer hockeyen op bewaterde velden. Naast Lano, zetten ook andere fabrikanten stappen in die richting. We hebben ondertussen hockeyvelden die maar een derde van de vroegere waterbehoefte nodig hebben en toch nog steeds voldoen aan de FIH-normen en die bovendien ook speltechnisch door spelers nog steeds geapprecieerd worden.
'In de komende weken [het interview vond begin mei plaats, red.] zal de FIH daar ook weer nieuwe normeringen voor publiceren. Bij Lano hebben we al redelijk wat testen gedaan en het is ook de bedoeling om van die categorie velden op korte termijn een aantal producten aan te kunnen bieden als het zover is. Omdat de normeringen nog niet bestaan, kan ik nu ook nog niet zeggen dat onze velden zullen matchen. Dat zou niet correct zijn, maar we hebben goede verwachtingen. Zeker ook omdat er voor 2028 nog een aantal milestones in de vorm van belangrijke toernooien komen die ook al op non-irrigated velden zullen worden gespeeld. We willen daarnaartoe evolueren en de spelervaring zo dicht mogelijk bij die van vandaag laten blijven.'


EK op velden Lano

'We hebben de voorbije jaren redelijk wat velden geleverd die uiteindelijk zijn gebruikt bij internationale toernooien. Kijk, de wereldkampioenschappen en de Spelen worden gespeeld op de velden van de sponsors, maar we doen goed mee. Het EK in Antwerpen in 2019 is gespeeld op Lano-velden en in het zuidelijk deel van België liggen een aantal velden die in de Pro League zijn gebruikt. Dat is het hoogste niveau. Bij Royal Herakles in Lier hebben we twee jaar geleden een nieuw veld aangelegd, net als bij Beerschot in Kontich. Dat zijn twee grote clubs in België.'


'Hockey blijft een spel van stick en bal'

Royal Herakles in Lier
Toye is nu op dreef. Hij komt met wat wereldwijde referenties. 'We hebben in India een aantal mooie projecten gedaan, zowel watervelden als semi-gevulde velden. Als we dan in Nederland kijken, is het veld van Oranje-Rood in Eindhoven een mooi voorbeeld. Daar liggen twee velden van ons op het complex. Het eerste, het hoofdveld, is een jaar of zeven geleden aangelegd; het tweede meer dan een jaar geleden.
'Over het algemeen zal een veld zo'n acht tot twaalf jaar meegaan, al is dat afhankelijk van de intensiteit van bespeling. Je moet ook bedenken dat een topclub er meer van verwacht dan een doorsnee andere club. Dus de topclub zal eerder voor vervanging kiezen dan een club die in een lagere divisie speelt. Daar liggen de eisen lager; zij kunnen langer met een veld doen. Bij een topclub wordt een hoofdveld dan vaak nog ergens anders op het complex neergelegd, zodat de jeugd of lagere teams er nog op kunnen spelen. We hebben zelfs matten die zestien jaar oud zijn.
'Of de velden in de toekomst veel zullen veranderen? Dat kan ik niet met zekerheid zeggen, maar ik denk het wel. Al blijft het natuurlijk een hockeyveld. De revolutie zal ook moeten komen van andere actoren: de bal, de stick, de kledij. Maar het gros van de producenten van matten in de markt is zeker bezig met doorontwikkelen naar 2028. Gelukkig werken we ook samen met wetenschappers en met producenten van sticks en ballen. Want dat zal hockey altijd blijven: een spel met een stick en een bal. Op een veld.'


Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd.   LOGIN   of maak gratis een account aan.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel

Tip de redactie

AGENDA
Kennisdag over natuurinclusieve sportlocaties
woensdag 26 juni 2024
t/m woensdag 26 juni 2024
Groentechniek Holland 2024
woensdag 11 september 2024
t/m zaterdag 14 september 2024
Expertdag Duurzaam Gras 2024
dinsdag 1 oktober 2024
Nationale Sportvakbeurs
woensdag 6 november 2024

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
GIP
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER