'Denk in systemen, niet in snelle oplossingen' |
|
|
|
|
 |
| 225 sec |
Gerrit Klop (DCM) zwaait af en geeft stokje door aan Olav Schipper
Na ruim twee decennia bij DCM Nederland neemt Gerrit Klop afscheid als pleitbezorger van structureel sportveldbeheer. Hij doet dat met een duidelijke boodschap aan fieldmanagers: 'Denk in systemen, niet in snelle oplossingen. Het gaat om grondbewerking, beluchting, doorzaai, voeding en communicatie tussen aannemer, beheerder en gemeente. Als je als partners praat, kom je verder. Niet over de prijs, maar over de veldkwaliteit.'
| Links Gerrit Klop, rechts Olav Schipper |
Met het afscheid van Gerrit Klop verliest de sport- en groenbeheerwereld een uitgesproken en strijdbare pleitbezorger van structurele bodemverbetering. In vakblad Fieldmanager deelde hij jarenlang zijn visie op duurzaam terreinbeheer, met één constante boodschap: wie kwaliteit boven het maaiveld wil, moet investeren onder het maaiveld. 'Met mest alleen kun je niet alles oplossen', zegt hij. 'Als de structuur niet klopt of het bodemleven ontbreekt, blijf je achter de feiten aan lopen.' Klop is afkomstig van Heidemij en Arcadis, waar hij actief was in uiteenlopende projecten, van ruilverkaveling en riolering tot bosaanleg. Op 1 november 2004 begon hij bij DCM. 'Ik heb grond in alle soorten en maten gezien. Dan leer je hoe een bodem zich gedraagt. Soms zie ik dat we het wiel opnieuw willen uitvinden terwijl de basis gewoon bekend is.'
Sportveld als levend systeem
Voor Klop is een veld geen product, maar een ecosysteem. 'Een sportveld is een levend systeem. Bodemstructuur, organische stof, nutriëntenbalans en bodemleven hangen allemaal samen. Als één onderdeel uit balans is, zie je dat terug in de grasmat.' Volgens hem begint professioneel beheer met inzicht. 'Bodemanalyse is je stuurinstrument. Je kijkt naar de pH, de C/N-verhouding, het organischestofgehalte en de beschikbaarheid van elementen. Dat zijn geen cijfers voor in een la; ze vormen de basis voor je bemestingsplan. Stabiliteit en porositeit bepalen of water kan infiltreren of juist wordt vastgehouden. Dat heeft direct invloed op de bespeelbaarheid. De kantine moet blijven draaien, dus je hebt velden nodig die tegen een stootje kunnen.' Een van de grootste misvattingen die hij in de praktijk tegenkwam, is het idee dat bemesting elk probleem kan oplossen. 'Ik kom zelf uit de tijd van de chemische meststof kalkammonsalpeter en 12-10-18-mengmest. Snel groen en opjagen was het doel. Maar gaandeweg ben ik daar anders tegenaan gaan kijken. Organische meststoffen voeden niet alleen het gras, maar ook het bodemleven. Bacteriën en schimmels zorgen voor mineralisatie en structuurverbetering. Een gezond bodemleven zorgt voor afbraak van vilt en grasresten en verbetert de bodemstructuur. Het werkt wat minder snel dan chemische meststoffen, maar zorgt wel voor een sterkere grasmat met diepere wortels. Veel beheerders willen een snelle reactie, maar groeipieken maken gras juist kwetsbaar voor ziekten en droogtestress.'
|
|
'Veel beheerders willen een snelle reactie, maar groeipieken maken gras juist kwetsbaar'
| |
|
Klop wijst op het risico van eenzijdige stikstofgiften. 'Lukraak strooien leidt tot rooddraad en andere schimmels. Je moet ook preventief denken: tijdig prikken, wiedeggen, organische stof op peil houden. Gras reageert op alles, van weersverandering tot speeldruk. Als je begrijpt wat er in de bodem gebeurt, kun je daarop anticiperen.'
Strijd voor natuurgras
Klop staat in de sector bekend als een uitgesproken voorstander van natuurgras. Dat blijkt zelfs nog in dit afscheidsinterview. 'Ik snap de behoefte aan speelzekerheid, maar we moeten ook eerlijk kijken naar de keerzijde van kunstgras. We creëren een groeiende kunststofberg. Gemeenten zijn daarmee een van de grootste producenten van kunststofafval. Dat voelt voor mij niet goed.' Hij benadrukt dat hij niet tegen innovatie is. 'Ik heb zelf kunstgrasvelden aangelegd. Maar er zijn alternatieven, zoals het O2-veld, waarbij een natuurlijke lava-onderbouw zorgt voor optimale drainage, sterke wortelontwikkeling en minimale milieubelasting. In Aalten liggen zulke velden en zijn ze er superblij mee. Daar wordt op een hoog niveau gespeeld. Dat geeft mij waardering, omdat het gaat om kwaliteit en betaalbaarheid en het een natuurgrasveld is.' Ook in dit laatste interview wil Klop zijn frustratie kwijt: 'Wat mij zorgen baart, is dat sommige lokale milieudiensten het systeem op basis van interpretatie als "bodemvreemd" kwalificeren, terwijl het landelijk al aan de geldende normen voldoet. Dat verschil in uitleg zorgt voor onduidelijkheid, terwijl wij juist inzetten op transparantie, duurzaamheid en aantoonbare milieukwaliteit.' Volgens Klop ligt de sleutel tot goed natuurgrasbeheer in systeemdenken. 'Het gaat niet alleen om meststoffen. Het gaat om grondbewerking, beluchting, doorzaai, voeding en communicatie tussen aannemer, beheerder en gemeente. Als je als partners praat, kom je verder. Niet over de prijs, maar over de veldkwaliteit.'
 | | Klop met een boorkern: 'Ik loop al vijftig jaar met een steekschop rond. Groen is altijd mijn passie geweest.' |
|
|
Ambities van Olav Schipper
Olav Schipper neemt het stokje over van Klop. Hij begon al jong in het groen, werkte als tuinontwerper en groeide door in de advisering. 'Ik word geen tweede Gerrit', zegt hij. 'Je moet adviseren op jouw manier. Maar de basis die hij heeft gelegd, is stevig.' Schipper ziet zijn rol als verbinder tussen praktijk en innovatie. 'Ik wil velden met een schone lei bekijken. Meten, analyseren en dan pas adviseren. Monitoring wordt steeds belangrijker. We hebben richtlijnen, maar je moet ook durven checken of je nog het juiste doet. Data kunnen helpen om gerichter te bemesten en onderhoud preciezer af te stemmen.' Hij ziet ook kansen in technologische ontwikkelingen. 'Robotmaaiers kunnen interessant zijn, maar vakmensen blijven nodig.'
|
|
'Als je als partners over veldkwaliteit in plaats van prijs praat, kom je verder'
| |
|
Voor de komende tien jaar heeft Schipper een duidelijke wens: 'Ik hoop dat gemeenten anders gaan denken over sportaccommodaties. Meer natuurgras waar dat kan, velden slim spreiden zodat ze rust krijgen, investeren in bodemkwaliteit. Budgettair is het een uitdaging, maar als je een grasveld dertig jaar kunt laten meegaan in plaats van twaalf, ben je uiteindelijk goedkoper uit. Dat vraagt visie.' Hij wil ook sterk inzetten op samenwerking. 'De sportveldbeheerder kent zijn veld, de structuur en de problemen. Wij kunnen meedenken over bodem en bemesting. Als je die kennis koppelt, ontstaat meerwaarde.'
Missie geslaagd
Voor Klop geeft het afscheid een dubbel gevoel. Officieel stopt hij medio zomer, maar helemaal loslaten zal hij het vak niet. 'Ik blijf altijd nieuwsgierig en een man van de inhoud. Mensen weten me te vinden; ik blijf nog actief met mijn eigen adviesbureau.' Hij draagt zijn werk vol vertrouwen over aan Schipper. 'Hij heeft passie; dat is het belangrijkste. Kennis bouw je op in pakweg vijf jaar, maar passie moet in je zitten. Ik zou hem - net als iedereen - willen meegeven: blijf luisteren in plaats van zenden. Leg uit wat je doet, ook als een veld er tijdelijk minder mooi uitziet. Over twee of drie maanden pluk je daar de vruchten van.' Na 22 jaar bij DCM en ruim vier decennia in het vak kijkt Klop met voldoening terug. 'Ik heb geprobeerd de sector te laten zien dat sportveldbeheer geen optelsom van producten is, maar het managen van een levend ecosysteem. Als dat besef is blijven hangen, is mijn missie geslaagd.' Hij glimlacht. 'Het zit in mijn bloed. Groen op een hoger niveau brengen, dat blijft mijn passie. Maar nu is het tijd dat een nieuwe generatie ermee doorgaat.'
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|