Whatsapp Facebook LinkedIn RSS feed

Succesvol doorzaaien begint bij timing, bodemtemperatuur en rassenkeuze

NIEUWS
SPORTVELDTECHNIEK
BODEM & BODEMBIOLOGIE
Facebook Linkedin Whatsapp
Hein van Iersel, zaterdag 30 mei 2026
181 sec


Jan van den Boom: 'De Grasgids bewijst het: de slechtste diploïd is nog steeds beter dan de beste tetra'

Doorzaaien blijft voor veel fieldmanagers noodzakelijk om sportvelden dicht en bespeelbaar te houden. Maar succes hangt sterk af van bodemtemperatuur, timing en de keuze van het juiste grasras. Volgens Jan van den Boom van Barenbrug krijgt de discussie over tetraploïde rassen daarbij soms meer aandacht dan de praktijkprestaties op het veld.

Archieffoto vakblad FIELDMANAGER (foto Hein van Iersel)
Archieffoto vakblad FIELDMANAGER (foto Hein van Iersel)

In de praktijk blijkt bodemtemperatuur nog altijd de belangrijkste succesfactor bij doorzaaien. Volgens Van den Boom beginnen de snelste rassen van Engels raaigras (zowel diploïde als tetraploïd) vanaf ongeveer 8 graden Celsius te kiemen, terwijl tragere rassen eerder richting de 12 graden gaan. 'Een veilig en realistisch gemiddelde is 10 graden,' aldus Van den Boom. Alleen specifieke soorten zoals SOS kunnen al bij circa 3 à 4 graden kiemen. SOS is daarbij geen Engels raaigras, maar een doorveredeld Westerwolds raaigras. Dat verklaart volgens Van den Boom ook waarom doorzaaien in februari en maart vaak wisselende resultaten geeft. Tegelijk is juist die vroege periode belangrijk om schadeplekken te herstellen en straatgras minder kans te geven. Ervaren fieldmanagers zien voorjaarsdoorzaai daarom vooral als een eerste herstelstap richting het hoofdonderhoud later in het seizoen.

Jan van den Boom, Barenbrug
Je hoeft niet meer kilo's te gebruiken, maar je moet ze beter spreiden

Spreiden over het seizoen

In de praktijk kiezen veel fieldmanagers bewust voor meerdere lichte doorzaaibeurten verspreid over het jaar. Richtgetallen van circa 150 tot 180 kilo graszaad per jaar zijn daarbij niet ongebruikelijk, verdeeld over voorjaar, zomer en najaar. Volgens Van den Boom moet dat vooral worden gezien als een praktisch gemiddelde. 'Soms zul je meer kilo's moeten doorzaaien en soms is 180 kilo juist erg ruim. Dat hangt vooral af van de belasting en de opbouw van het veld.' 'Vijf keer licht doorzaaien werkt vaak beter dan één keer heel zwaar. Uiteindelijk doel is niet zoveel mogelijk kilo's zaad, maar zoveel mogelijk succesvolle planten.' Ook het type veld speelt daarbij een rol. Een trainingsveld dat dagelijks wordt belast, vraagt logischerwijs een andere aanpak dan een wedstrijdveld dat alleen in het weekend wordt gebruikt. Van den Boom wijst in dit geval ook op het uitlopervormende karakter van zijn RPR Engels raaigras. Het idee daarachter is dat een zaadje niet één grasplant voortbrengt, maar meerdere.


Doorzaaien met de Vredo; naast timing blijft ook bodemcontact cruciaal

Bodemcontact

Naast timing blijft ook bodemcontact cruciaal. Doorzaaimachines, wiedeggen en verticuteren zorgen ervoor dat warmte, lucht en vocht beter in de toplaag komen. Tegelijk activeren die bewerkingen het bestaande gras en geven ze straatgras minder kans. Juist in het vroege voorjaar kan dat effect soms belangrijker zijn dan de kieming van nieuw graszaad zelf.


Najaar blijft meest zekere periode

Het najaar (september-oktober) blijft volgens Van den Boom de meest zekere periode voor doorzaaien. De bodem is dan warm en vochtig en het zaad heeft voldoende tijd om zich te vestigen. Voorjaarstoepassingen zijn vooral corrigerend en vragen scherp sturen op weersomstandigheden en vocht. In de praktijk wordt gewerkt met richtgetallen voor de hoeveelheid graszaad. In plaats van grote hoeveelheden in één keer, ligt het accent steeds vaker op spreiden over het seizoen. Een gangbaar uitgangspunt is circa 150-180 kilo graszaad per jaar, verdeeld over meerdere momenten:
• voorjaar: 2 keer circa 20-25 kilo
• zomer/herstel: tot circa 80-90 kilo
• najaar: 1 à 2 keer circa 20-25 kilo


Schone toplaag cruciaal

In gesprekken met fieldmanagers in vakblad Fieldmanager en zusterblad Greenkeeper komt een vergelijkbare lijn naar voren: het 'schoon' houden van de toplaag is een belangrijke randvoorwaarde voor een sterke grasmat. Daarmee wordt bedoeld dat de toplaag vrij blijft van vilt, straatgras en organische ophoping, zodat lucht, water en warmte beter kunnen doordringen. Dat vraagt om regelmatig mechanisch ingrijpen en continu monitoren van de bodemconditie. In die aanpak ligt de basis voor zowel het activeren van bestaand gras als het laten slagen van doorzaai.


Doorzaaien en bemesten

Doorzaaien kan niet los worden gezien van de voeding die aan de grasmat wordt gegeven. Ook hierbij blijft bodemtemperatuur leidend. Onder een temperatuur van circa 8 graden Celsius blijft de wortelactiviteit beperkt, waardoor stikstof en andere voedingsstoffen minder goed worden benut. In renovatierichtlijnen wordt daarom vaak eerst doorgezaaid met Engels raaigras, waarna meteen een startbemesting volgt, bijvoorbeeld met een NPK-meststof zoals 9-6-9. Aansluitend wordt beregend om de kieming op gang te brengen. Bemesting wordt daarbij gezien als onderdeel van de totale doorzaaistrategie.


Kritisch op tetra's

Binnen die algemene aanpak kiest Barenbrug nadrukkelijk voor diploïde sportveldrassen. Het bedrijf plaatst vraagtekens bij de huidige populariteit van tetraploïde rassen. Volgens Van den Boom worden de voordelen van tetra's soms te eenzijdig belicht. Tetraploïde rassen zouden beter bestand zijn tegen zout en ziektes. Van den Boom wil dat effect niet bagatelliseren, maar volgens hem zijn dat niet de belangrijkste eigenschappen voor het gemiddelde sportveld van een lokale club. 'Voor een gemiddeld sportveld zijn betredingstolerantie en herstellend vermogen de belangrijkste criteria om rekening mee te houden.' Hij verwijst daarbij nadrukkelijk naar de Grasgids. 'Als je die cijfers bekijkt, zie je dat zelfs de slechtste diploïd nog beter scoort op betreding dan de beste tetra.'


Vergelijk diploïd en tetra Engels op betredingstolerantie

Diploïd Engels raaigras , Betredingstolerantie Tetra Engels raaigras , Betredingstolerantie
Barbasten 8,3 Tetragame 7,9
Reybann 8,4 Fabian 7,7
Saila 8,3 Tetramagic 7,4
Lamar 8,4 Tetragon 7,3
Bargkamp 8,3 Barquad 7,2
Eurobeat 8,3 Double 6,6
Barabins 8,1 Tetrasport 6,4
Bron GRASGIS '26


Voor een sportveld blijft betredingstolerantie het belangrijkste criterium

Wonderras

Daarmee komt volgens Van den Boom de kern van doorzaaien weer terug bij de praktijk van het veldbeheer: niet één wonderras bepaalt het succes, maar de combinatie van timing, omstandigheden en een strategie die past bij de belasting van het veld.


Fotografie

Vredo Barenbrug

Barenbrug Holland BV
VREDO Dodewaard BV
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.
GREEN OUTLET
Iedereen kan gratis kleine advertenties plaatsen via zijn eigen account.
Plaats een gratis advertentie

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Webshop
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER