Hof: Amsterdam beperkte mededinging niet bij aanbesteding sportveldverlichting |
|
|
|
|
 |
| 84 sec |
Het Gerechtshof Amsterdam heeft geoordeeld dat de gemeente Amsterdam de mededinging niet ongeoorloofd heeft beperkt bij de aanbesteding voor het vervangen van de verlichting op sportvelden door ledverlichting.
In de aanbesteding koos de gemeente voor een specifiek type armatuur: een frame-armatuur met maximaal drie vaste ledmodules en een multilayer-lens. Een fabrikant van zogenoemde multispot-armaturen stelde dat deze keuze concurrentie uitsloot, omdat zijn armaturen niet aan de gestelde eisen konden voldoen. Volgens het bedrijf moest de aanbesteding daarom opnieuw worden uitgevoerd.
Het hof volgt die redenering echter niet. De rechters oordelen dat het feit dat één leverancier niet aan de technische eisen kan voldoen, niet automatisch betekent dat sprake is van een ongeoorloofde beperking van de mededinging. Volgens het hof heeft de gemeente de eisen niet zodanig opgesteld dat slechts één fabrikant in aanmerking kwam. Uit onderzoek van de gemeente bleek dat meerdere leveranciers frame-armaturen aanbieden die voldoen aan de technische eisen uit het RAW-bestek. Daarmee is volgens het hof onvoldoende onderbouwd dat de opdracht specifiek zou zijn toegeschreven naar één bepaald product of één fabrikant. Daarnaast wees het hof erop dat geschiktheidseisen over referentieprojecten betrekking hadden op aannemers en installateurs die inschrijven op de opdracht, en niet op de leveranciers van de armaturen zelf.
Belang bij hoger beroep
De gemeente voerde aan dat de fabrikant geen belang meer had bij het hoger beroep, omdat de opdracht inmiddels was gegund en de overeenkomst al was gesloten. Het hof ging daar niet in mee. Ook wanneer een opdracht al is verleend, kan volgens vaste rechtspraak nog voldoende belang bestaan om in hoger beroep te gaan. In dit geval was de proceskostenveroordeling uit de eerdere procedure daarvoor al voldoende reden.
Marktonderzoek niet verplicht
Ook het verwijt dat de gemeente vooraf geen marktonderzoek zou hebben uitgevoerd, hield geen stand. Het hof stelde vast dat een marktonderzoek niet verplicht is. Bovendien had de gemeente de markt vooraf wel verkend. Daarbij werden verschillende aanbieders van frame-armaturen in beeld gebracht die konden voldoen aan de gestelde technische en functionele eisen. Dat de betreffende fabrikant niet bij die marktverkenning was betrokken, achtte het hof niet onzorgvuldig. Volgens de uitspraak bood het bedrijf geen frame-armaturen aan die voldeden aan de eisen die de gemeente had vastgesteld.
Met de uitspraak bevestigt het hof het eerdere oordeel van de voorzieningenrechter. De aanbesteding hoeft niet opnieuw te worden uitgevoerd en de technische specificaties die de gemeente Amsterdam hanteerde, worden niet beschouwd als een ongeoorloofde beperking van de mededinging.
Bron: Gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2026:1150 (uitspraak 28 april 2026, gepubliceerd 10 september 2026)
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|