Druppelirrigatie voor sportvelden lijkt te werken, nu de techniek nog finetunen |
|
|
|
|
 |
| 324 sec |
Meer meten is meer weten
Ondergrondse druppelirrigatie als een goedkoop en duurzaam alternatief voor traditionele po up beregening lijkt te werken op sportvelden, maar hoe haal je daar het maximale uit? Tijdens een kennissessie van vakblad Fieldmanager bij voetbalclub VOGIDO in Enschede gingen fieldmanagers en beregeningsspecialisten daarover in discussie. Waterbesparing, bodemvocht, sensoren, waterkwaliteit en aansturing kwamen voorbij. De conclusie: de potentie is groot, maar er valt nog veel te leren.
| Vogido kennisdag 10 sep 2026 |
Het principe is eenvoudig. In plaats van water met pop-ups van bovenaf te veld te beregenen, brengen druppelslangen het water ondergronds in. Bij VOGIDO liggen de slangen ongeveer 26 centimeter diep en 60 centimeter uit elkaar. In de slangen zijn zogenaamde portalen of druppelaars geponsd die het water gedoseerd in de bodem brengen. Door capillaire werking verspreidt het vocht zich vervolgens richting de wortelzone. Water4All gebruikt hiervoor bij Vogido Toro Neptune drukgecompenseerde druppelslangen van Heybroek. Specifiek is hier gekozen voor een type slang waar de portalen 40 centimeter uit elkaar liggen en per portaal één liter water per uur afgeven. Drukcompensatie zorgt ervoor dat een portaal of druppelaar aan het begin van een leiding evenveel water afgeeft als een portaal aan het eind van de streng. Dat maakt het mogelijk om grote oppervlakken gelijkmatig van water te voorzien.
Geen grondwater beschikbaar
Dat het systeem juist bij VOGIDO terechtkwam, was geen toeval. Sportaal is verantwoordelijk voor de buitensportaccommodaties in Enschede en beheert dertig natuurgrasvoetbalvelden. Op drie sportparken kan geen of geen geschikt grondwater worden opgepompt. VOGIDO is daar één van. De oplossing was jarenlang weinig verfijnd en zeker niet duurzaam: water werd aangevoerd met een trekker en giertank en vervolgens over het veld verdeeld, met extra transport, arbeid en verlies door verdamping tot gevolg. Rutger-Jan Hesselink en Tonnie Doek van Sportaal gingen daarom op zoek naar een andere oplossing. Een krantenartikel over de toepassing van druppelirrigatie door Water4All in de landbouw bracht hem op het idee om dezelfde techniek onder een voetbalveld te proberen. De proef bij VOGIDO begon in 2023.
|
|
'We hebben geen enkel geheim. Wat werkt delen we graag, maar ook de kritische punten'
| |
|
 | | Jelle Golbach, Water4All |
|
|
Van pilot naar waterhub
De druppelslangen zijn uiteindelijk maar één onderdeel van het plan. De gemeente Enschede werkt aan een lokale waterhubs waarmee water zo veel mogelijk in het gebied wordt opgeslagen voor gebruik in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld om bomen water te geven, maar dus ook om een veld te beregenen. VOGIDO moet ook zo'n waterhub worden. De volgende stap is daarom de aanleg van een ondergrondse waterberging met kratten van ongeveer 400 kuub. Daarin moet regenwater terechtkomen van onder meer het naastgelegen kunstgrasveld en de tennishal. Dat water kan vervolgens worden gebruikt voor de druppelirrigatie van het natuurgrasveld. Daarmee moet de huidige aanvoer van water per giertank grotendeels verdwijnen. De combinatie is interessant: tijdens natte perioden wordt water lokaal gebufferd in plaats van afgevoerd, tijdens droge perioden kan hetzelfde water worden gebruikt voor het sportveld. De gemeente heeft inmiddels vier waterhubs in ontwikkeling en wil daarmee vraag en aanbod van water steeds meer lokaal bij elkaar brengen.
Het eerlijke verhaal
Rutger-Jan Hesselink van Sportaal beloofde de aanwezige fieldmanagers en beregeningsspecialisten vooraf geen verkooppraatje, maar het eerlijke verhaal. Dat kregen ze ook. De proef verliep namelijk bepaald niet zonder hick-ups. Zo viel door een storing tijdelijk één van de drie secties van de beregening uit. Het deel zonder druppelirrigatie werd zichtbaar droger dan de rest van het veld. Een groter probleem zit in de metingen. Het plan was om met bodemvochtsensoren precies te bepalen hoeveel water het gras nodig heeft en de beregening daarop automatisch aan te passen. Die koppeling werkte niet zoals bedoeld. Daardoor heeft Sportaal gedurende de proef steeds dezelfde hoeveelheid water toegediend.
|
|
Meer meten is meer weten: juist de optimale watergift is nog onvoldoende in beeld
| |
|
Veel minder water
Ten dat terwijl in de besparing van water mogelijk de grootste winst ligt. Tijdens de presentatie van Jelle Golbach van Water4all werden voor een droge periode rekenwaarden van circa 30 kuub per dag voor druppelirrigatie tegenover ruim 100 kuub voor traditionele beregening gezet. Het verschil is logisch te verklaren. Bij bovengronds beregenen gaat een fors deel van het water verloren door verdamping en wind. Druppelirrigatie op zijn beurt brengt het water rechtstreeks in de bodem. Bij een veld van 8.000 vierkante meter staat 30 kuub water gelijk aan 3,75 millimeter neerslag. Op een warme zomerdag kan een goed groeiende grasmat, volgens de vakliteratuur grofweg 3,5 tot 5 millimeter water per dag verdampen. De 30 kuub waarmee in Enschede wordt gerekend, zit daarmee in dezelfde orde van grootte als de dagelijkse waterbehoefte van het gras.
 | | Rutger-Jan Hesselink, Sportaal |
|
|
Doorzaaien wordt juist moeilijker
Ondergronds water geven heeft tegelijkertijd een belangrijk nadeel: soms heb je juist water bóven in de grasmat nodig. Dat geldt vooral na het doorzaaien. De druppelslangen bij VOGIDO liggen ruim een kwart meter diep. Een bestaande grasplant met een ontwikkeld wortelstelsel kan makkelijk profiteren van het vocht dat vanuit die laag omhoogkomt. Een pas gekiemd graszaadje kan dat niet of in ieder geval veel moeilijker. Tijdens een droge periode blijft daarom volgens Golbach bovengronds water nodig om nieuw gras op gang te helpen. Een daarmee samenhangend discussiepunt tijdens de kennissessie was een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: hoe hoog komt het water vanuit een druppelslang op 26 centimeter diepte eigenlijk? Een eenduidig antwoord bleek er niet te zijn. Capillaire werking hangt sterk af van de bodemopbouw. In grof zand stijgt water bijvoorbeeld veel minder hoog dan in fijn zand. Bovendien verspreidt water uit een druppelslang zich niet alleen omhoog, maar ook zijwaarts en naar beneden. De vakliteratuur (1) geeft als grove indicatie 20-50 cm capillaire stijging voor zand, 50-80 cm voor middelzware grond en meer dan 80 cm voor fijne grond. Maar binnen de categorie zand zijn de verschillen enorm: grof zand kan slechts circa 5-15 cm halen, terwijl fijn zand theoretisch 40-100 cm kan halen. In principe zou het dus mogelijk kunnen zijn om ook een pas ontkiemd grasplantje van water te voorzien. Jelle Golbach waarschuwt wel. 'Bij ondergronds beregenen moet je zorgen dat je toplaag constant vochtig houdt. Als je te lang niets doet, moet je heel veel extra beregenen om de boel weer op orde te krijgen.'
Schoon water is cruciaal
Een tweede aandachtspunt is de waterkwaliteit. Een druppelaar heeft kleine openingen en verstopping is daarmee een reëel risico. Vooral ijzer kan problemen veroorzaken. Hemelwater heeft daarom een belangrijk voordeel. Het bevat geen ijzer. Blad, zand en ander vuil moeten nog wel worden uitgefilterd. Volgens Water4All bepaalt de waterkwaliteit in belangrijke mate de levensduur van de installatie. Juist omdat de slangen jarenlang onder het veld blijven liggen, moet verstopping worden voorkomen. Een slang vervangen is immers een heel ander verhaal dan een defecte sprinkler aan de rand van een veld vervangen.
Nog veel knoppen om aan te draaien
Daarmee kwam de discussie uiteindelijk terecht bij misschien wel de belangrijkste conclusie van de middag: het principe werkt, maar de optimale configuratie voor een sportveld is nog niet gevonden. Bij VOGIDO liggen de slangen 60 centimeter uit elkaar, met druppelaars om de 40 centimeter en op 26 centimeter diepte. Maar waarom precies die afstanden? Wat gebeurt er als de slangen op 50 centimeter van elkaar komen? Kunnen ze hoger worden gelegd, zodat het water dichter bij de wortels terechtkomt? En moeten de portalen ofwel druppelaars misschien dichter bij elkaar zitten, met een lagere afgifte per druppelaar? Iedere verandering heeft gevolgen. Meer druppelaars betekent een hogere waterafgifte en vraagt iets anders van pomp en leidingen. Slangen hoger leggen kan de efficiëntie verbeteren, maar vergroot het risico dat ze bij onderhoudswerkzaamheden worden geraakt. Slangen verder uit elkaar leggen verlaagt de aanlegkosten, maar kan uiteindelijk droge stroken veroorzaken. Chris van Aalsburg van AVC Gras en Beregening komt met de suggestie om de slangen 15 centimeter diep te leggen en te gaan beluchten met de Topchanger. Een type machine dat niet mechanisch belucht met pennen, maar dit doet met water dat op 250 bar in de grond wordt gespoten. Volgens van Aalsburg levert dat geen schade aan de slangen op.
|
|
'Er zijn zoveel knoppen waar je aan kunt draaien'
| |
|
Investering vrijwel gelijk
Financieel liggen beide systemen dichter bij elkaar dan misschien gedacht. Voor een compleet veld met ondergrondse druppelirrigatie werd tijdens de kennissessie gerekend met ongeveer 25.000 euro. Het VOGIDO veld was goedkoper, omdat Sportaal veel zelf heeft gedaan. Een traditionele pop-upinstallatie kost circa 17.000 euro, exclusief ongeveer 6.000 euro voor de pomp. Daarmee komt de totale investering op ongeveer hetzelfde niveau. Het financiële verschil moet dus vooral tijdens het gebruik ontstaan, bijvoorbeeld door water- en energieverbruik en onderhoud.
Eerst weten wat het veld echt nodig heeft
De techniek om verder te gaan is grotendeels beschikbaar. Bodemvochtsensoren, weergegevens, automatische kleppen en software kunnen in theorie samen bepalen wanneer een veld water nodig heeft en hoeveel. Zelfs het afzonderlijk aansturen van verschillende delen van een veld is technisch mogelijk. Maar meer techniek heeft pas zin als duidelijk is waarop gestuurd moet worden. Hoe hoog trekt het water vanuit de slang daadwerkelijk op? Hoe verschilt dat per bodemopbouw? Hoeveel vocht heeft de grasmat nodig om sterk te blijven zonder onnodig water toe te dienen? En hoeveel kan de watergift omlaag voordat de kwaliteit van het veld terugloopt? Daar ligt na drie jaar praktijkervaring in Enschede de volgende stap. Niet meer bewijzen dát er met ondergrondse druppelslangen water bij het gras kan komen, maar meten hoeveel water waar en wanneer nodig is. Pas met die kennis kan blijken hoe efficiënt het systeem werkelijk kan worden. Of, zoals de discussie bij VOGIDO eigenlijk de hele middag liet zien: meer meten is meer weten.
Bron 1
Irrigation Water Management: Training Manual No. 1 - Introduction to Irrigation door C. Brouwer, A. Goffeau en M. Heibloem voor FAO, 1985
|
Investering
| Kostenpost |
| Ondergrondse druppelirrigatie |
| Traditionele pop-upberegening |
| Installatie per veld |
| ca+/- € 25.000 |
| +/- € 17.000 |
| Pomp |
| inbegrepen |
| +/- € 6.000 |
| Totale investering |
| +/- € 25.000 |
| +/- € 23.000 |
|
| AVC Gras en Beregening ... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|