 |
| 92 sec |
In september 2022 schreef ik op deze plek een hoofdredactioneel commentaar met de titel: Gaat het om macht an sich, of om de macht om dingen te veranderen?'? Die column ging over de toen al -zachtjes gezegd- moeizame verhouding tussen VSG en BSNC.
 |
Vier jaar later moet ik constateren dat de situatie niet veel beter is geworden. Sterker nog: de gevolgen van die mismatch sijpelen nu pas door tot op de marktvloer. Jarenlang voerden VSG en BSNC allerlei discussies over samenwerken, het kwaliteitszorgsysteem en een garantiestelsel. Toen was deelname van de BSNC aan het kwaliteitszorgsysteem het grootste probleem. Nu zit de pijn in het uit de bocht gieren van de twee verschillende garantiemodellen. De kern van het probleem zit in de aansprakelijkheid. Leveranciers zouden jarenlang verantwoordelijk blijven voor de kwaliteit van een kunstgrasveld, terwijl zij na oplevering feitelijk geen invloed meer hebben op het veld of schade aan dat veld. Daarbij ligt volgens de VSG-regeling de bewijslast grotendeels bij de aannemer. Een omgekeerde bewijslast dus. Om die bewijslast te leveren zouden gebruik en onderhoud van sportvelden structureel geregistreerd moeten worden, maar daarvoor bestaan nog geen breed toepasbare en betaalbare systemen. En wat er is, is veel te kostbaar.
|
|
Jarenlang voerden VSG en BSNC allerlei discussies over hun samenwerking, het kwaliteitszorgsysteem en de garantievoorwaarden.
| |
|
Hierdoor zijn inmiddels verschillende aanbestedingen vastgelopen. Simpelweg omdat marktpartijen niet wilden inschrijven onder de voorgestelde VSG-garantievoorwaarden. In sommige gevallen zouden gemeenten zijn teruggevallen op andere garantievoorwaarden om projecten alsnog door te laten gaan. De garantievoorwaarden kennen een lange geschiedenis. Een gezamenlijke commissie van branchepartijen werkte ongeveer tweeënhalf jaar aan een breed gedragen garantieregeling. Uiteindelijk besloot de VSG echter een eigen traject te volgen. Dat heeft geleid tot verdere polarisatie tussen VSG en commerciële marktpartijen.
|
|
De uiteindelijke conclusie van het gesprek is dat niemand baat heeft bij de huidige situatie: gemeenten krijgen hun projecten moeilijk aanbesteed, terwijl leveranciers en aannemers niet bereid zijn risico's te accepteren die zij niet kunnen beheersen of kunnen verzekeren.
| |
|
De uiteindelijke conclusie is dat niemand baat heeft bij de huidige situatie: gemeenten krijgen hun projecten moeilijker aanbesteed, terwijl leveranciers en aannemers niet bereid zijn risico's te accepteren die zij niet kunnen beheersen of kunnen verzekeren. Natuurlijk gaat het daarbij ook over inhoud. Maar wie de sector een beetje kent, weet dat er meer speelde. Haantjesgedrag, kinderachtig gedrag of een wedstrijdje ver plassen. Dit zijn maar een paar van de benamingen die mensen in de markt aan het geheel geven. En wie ooit kippen heeft gehouden, weet dat er voor haantjesgedrag toch echt minimaal twee hanen nodig zijn. Ofwel: waar twee hanen vechten, hebben er ook twee schuld.. Inmiddels ligt de rekening bij de markt. Uit gesprekken die wij voerden blijkt dat aanbestedingen mislukken omdat aannemers niet kunnen inschrijven. De reden is eenvoudig: aannemers krijgen hun risico's niet meer verzekerd.
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|