Vooruitdenken om droogtestress op sportvelden te voorkomen |
|
|
|
|
 |
| 234 sec |
Droogte is geen incident meer, maar een structurele uitdaging voor fieldmanagers. Volgens Rowan van Garderen van Statera Ecosolutions ligt de sleutel daarom niet in reageren, maar in anticiperen. Wie pas gaat beregenen als het veld zichtbaar droog oogt, is volgens hem eigenlijk al te laat.
 |
Van Garderen ziet in de praktijk nog te vaak dat sportvelden in het voorjaar onvoldoende worden voorbereid op de droge zomermaanden. Juist in die periode wordt de basis gelegd voor een sterke grasmat. 'Het is nu de ideale kans om je mat goed voor te bereiden', zegt hij. 'We hebben een droge periode gehad waardoor wortels dieper konden gaan zoeken. Als je daar verstandig mee omgaat, heb je in de zomer een veel sterkere mat die beter bestand is tegen droogte.' Volgens Van Garderen ontstaat een groot deel van de problemen al vroeg in het seizoen. 'Je komt uit een natte winterperiode met kou en soms sneeuw. Daardoor is een grasmat in het voorjaar vaak wat zwakker.' Zodra de temperatuur stijgt en de zon meer kracht krijgt, begint volgens hem een cruciale fase voor de ontwikkeling van de grasplant. 'Wat ik vaak zie, is dat fieldmanagers in die periode nog niet echt bewust bezig zijn met wat er in de bodem gebeurt. Terwijl juist dan ongeveer 70 procent van de wortelontwikkeling plaatsvindt. Dat is hét moment om die wortels diepte te laten maken en structuur in de bodem te krijgen.'
|
|
'Als je steeds water geeft, gaan wortels niet op zoek naar vocht dieper in de bodem. Je verwent die grasmat eigenlijk'
| |
|
Daar gaat het volgens hem regelmatig mis. Veel fieldmanagers grijpen naar traditionele kunstmeststoffen en zetten vervolgens bij de eerste tekenen van droogte de beregening aan. 'Dan blijft het wortelgestel heel oppervlakkig. Vaak blijft dat hangen in de bovenste tien centimeter van de bodem. Zodra je dan wind en warmte krijgt, droogt die toplaag heel snel uit. Dan krijgen die planten problemen.' Opvallend genoeg ziet Van Garderen vaker schade ontstaan door te veel beregenen dan door te weinig. 'Er wordt meer te veel beregend dan te weinig', stelt hij. Dat heeft volgens hem alles te maken met de manier waarop gras reageert op water. 'Als je steeds water geeft, gaan wortels niet op zoek naar vocht dieper in de bodem. Je verwent die grasmat eigenlijk. De plant weet dat er bovenin voldoende water beschikbaar is, dus waarom zou hij dieper wortelen?' Juist dat zorgt later in het seizoen voor problemen. 'Op het moment dat het echt warm wordt in de zomer, zie je dat die planten het ontzettend moeilijk krijgen. Ze hebben dan niet die wortels die twintig centimeter diep gaan en vocht uit diepere lagen kunnen halen.'
 | | Behandeling van een sportveld met Natugram door middel van bespuiting. |
|
|
Van Garderen merkt dat fieldmanagers sterk geneigd zijn om op zicht te handelen. Een grasmat die er schraal of arm uitziet, wordt al snel gekoppeld aan droogte. Toch blijkt dat volgens hem lang niet altijd te kloppen. 'Ik loop regelmatig op velden waar gezegd wordt: 'Volgens mij moeten we gaan beregenen.' Dan meet ik met mijn handmetertje en zie ik nog vochtpercentages van rond de 70 procent. Dan zit het probleem dus niet in water geven.' Daarom pleit Van Garderen voor een veel actievere rol van bodemmetingen. Dat hoeft volgens hem niet ingewikkeld te zijn. 'Je kunt werken met sensoren, maar ook gewoon met handmatige meetapparatuur. Ik heb zelf altijd zo'n handmetertje in de auto liggen.' Die gewoonte kreeg hij mee van huis uit. 'Mijn opa zei altijd: pas bij een vochtpercentage onder de 40 procent moet je gaan bijsturen met beregening.' Dit betekent volgens hem niet dat er nooit beregend hoeft te worden. 'In droge periodes moet je soms echt wel regelmatig beregenen. Maar wees er terughoudend in, zeker in het voorjaar.'
|
|
'Je moet de signalen echt uit de bodem halen. Kijk naar je wortellengte, kijk of die wortels groeien en meet het vochtpercentage'
| |
|
Volgens Van Garderen ligt daar nog een belangrijke ontwikkelstap voor veel fieldmanagers. 'Visueel beoordelen spreekt mensen natuurlijk aan, maar je moet de signalen echt uit de bodem halen. Kijk naar je wortellengte, kijk of die wortels groeien en meet het vochtpercentage.' Hij ziet daarbij overigens niet zozeer weerstand vanuit de praktijk, maar eerder onbekendheid. 'Veel mensen willen gewoon het beste voor hun veld. Alleen weten ze soms niet goed wat ze met die data moeten doen. Wat zegt een wortellengte precies? Bij welk vochtpercentage moet je ingrijpen? Daar zit meer de uitdaging.'
 | | Rowan van Garderen |
|
|
Naast slim beregenen hamert Van Garderen vooral op het belang van voeding en bodemactivatie. Volgens hem begint dat proces al in februari. 'Het is belangrijk om de bodem vroeg te activeren. Door op tijd voeding te geven, zorg je dat de bodem al klaar is op het moment dat de grasmat uit de winter komt. Dan heeft de plant direct voeding beschikbaar om wortels te ontwikkelen.' Daarbij draait het volgens hem niet alleen om voeding voor de plant, maar vooral ook om het stimuleren van het bodemleven. 'Je wilt dat micro-organismen actief worden, zodat de benutting van nutriënten optimaal is. Die bacteriën en schimmels zorgen ervoor dat de plant alles beschikbaar heeft wat nodig is om gezond te groeien.' Volgens Van Garderen zorgt een actief bodemleven er bovendien voor dat wortels dieper gaan zoeken naar water. Daarmee wordt de grasmat minder afhankelijk van vocht in de toplaag. Hij ziet daarin een duidelijk verschil met traditionele kunstmeststrategieën. 'Bij sommige kunstmeststoffen zie je dat een groot deel verloren gaat. Veel verdwijnt via emissie. Dat is gewoon zonde.'
Ervaring
Hoewel Van Garderen zelf sterk inzet op meten en monitoren, benadrukt hij dat ervaring minstens zo belangrijk blijft. Daarbij verwijst hij regelmatig naar mensen die al langer in het vakken zitten, van wie hij veel leert. 'Zij kunnen vaak zo vertellen wat er aan de hand is op een veld. Maar ook nemen zij altijd bodemmonsters en kijkt naar wortellengte en vochtpercentages. Zij werken misschien niet met datasets, maar in feite zijn zij ook datagedreven bezig.' Volgens Van Garderen hoeven ervaring en data elkaar dus helemaal niet uit te sluiten. Juist de combinatie maakt een fieldmanager sterker. 'Het zou mooi zijn als fieldmanagers hun bodem vaker laten onderzoeken en ook zelf op onderzoek uitgaan. Wat doen mijn wortels? Hoe zit het met het vochtpercentage? Wat moet ik doen qua voeding? Dat zijn juist interessante dingen om mee bezig te zijn.'
Van Garderen verwacht dat droogte de komende jaren een blijvend thema zal zijn. Juist daarom vindt hij het belangrijk dat fieldmanagers anders leren denken. 'Veel systemen maken het tegenwoordig heel makkelijk om beregening aan te zetten. Vanuit je eigen achtertuin kun je het veld via een app water geven. Maar je weet dan nog steeds niet wat er daadwerkelijk onder het veld gebeurt.' Volgens hem ligt de toekomst daarom in preventief beheer. Niet wachten tot een veld zichtbaar problemen krijgt, maar al vroeg in het seizoen bouwen aan een weerbare grasmat. 'Op het moment dat je in het voorjaar de juiste balans legt, profiteer je daar de hele zomer van. Dan krijg je een sterkere mat die beter kan omgaan met droogte en minder afhankelijk wordt van beregening.'
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|